Bolivia

Home Argentinie (1) Chili Bolivia Peru Ecuador Costa Rica Panama Brazilie Argentinie (2)

27 april
La Paz, Coroico & Copacabana

Via allerlei posters en van andere reizigers hadden we ondertussen gehoord van de gevaarlijkste weg ter wereld. Deze weg loopt van La Paz naar Coroico en in een lengte van 65 km daal je van 4700 meter naar 1100 meter. De weg is grotendeels onverhard en een kleine 4 meter breed. Er kan dus maar 1 voertuig per keer passeren en de voertuigen die afdalen moeten voorrang geven aan de voertuigen die omhoog gaan. Dit gaat helaas regelmatig mis en er verdwijnen gemiddeld zo´n 30 voertuigen per jaar in de diepe afgronden. Dat is dus een auto eens in de twee weken..... Naast dat dit de gevaarlijkste weg ter wereld is is het tevens ook 1 van de mooiste. Een paar bedrijfjes in La Paz organiseren mountainbike tours van La Cumbre (het hoogste punt) naar Coroico, en dat leek ons wel wat. Wij hebben gekozen voor het bedrijfje Gravity en dat was prima. Vrijdagochtend moesten we ons allemaal verzamelen en werden we met een busje naar het hoogste punt gebracht. Hier werden de fietsen, helms en handschoenen aangemeten en kregen we de eerste instructies. Toen was het gaan met die banaan! De eerste 20 km was nog over een brede asfaltweg en hier konden we alvast een beetje wennen aan de fiets. Omdat het grotendeels naar beneden ging, gingen we supersnel. De strebertjes uit de groep haalden wel 60 km per uur. Om de 15 minuten stopten we om de groep weer compleet te maken. Toen kwamen we aan bij het grootste gedeelte van de weg. Het onverharde en zeer smalle deel. Nadat onze fietsen weer gecontroleerd werden en we de nodige instucties kregen gingen we weer verder. Dit was echt genieten, we hebben onder watervallen doorgefietst, door riviertjes en in een supermooie omgeving. Omdat we steeds verder zakte merkte je duidelijkç het verschil. Het werd steeds warmer en je krijgt weer wat meer lucht. Tegen het einde van de middag kwamen we aan in Coroico en werden we onthaald in Hotel Esmeralda. Een mooi gelegen hotel met een prachtig uitzicht over de vallei en over een groot gedeelte van de weg die we net hadden afgedaald. Wij hadden besloten om 1 nachtje te blijven in het hotel. Even genieten van de lekkere temperatuur en het zwembad. Onze kamer had een balkon met uitzicht over de hele vallei. Dus ´s avonds hebben we in ons hangmatje heerlijk genoten van het uitzicht. Zaterdag zijn we weer met de bus terug gegaan naar La Paz.
Zondag was het tijd om verder te gaan naar de volgende bestemming: Copacabana. Dit ligt aan het Titicacameer. Het Titicacameer ligt op een hoogte van 3800 meter en is het hoogst gelegen bevaarbare meer ter wereld. In copacabana hebben we geluk met het weer, het zonnetje straalt en de temperatuur is zeer aangenaam. We hebben een leuk hostal gevonden wat iets boven het dorp ligt en daarmee een prachtig uitzicht bied over het meer. Voor de volgende dag hebben we een tour geboekt naat Isla del Sol. De inca´s die hier vroeger hebben gewoond beweren dat de zon geboren is op dit eiland. Het bootje zet ons in het noorden van het eiland af en we lopen in een kleine 4 uur naar het zuidelijke gedeelte, waar we weer opgepikt worden door het bootje. Onderweg komen we veel kleine dorpje tegen en hebben we een prachtig uitzicht over het eiland zelf en het meer. Verder hebben we een paar hele mooie foto´s kunnen maken van wat bewoners en hadden we onwijs geluk met het weer. De hele dag heeft het zonnetje weer geschenen. Het wandelen zelf was nog wel erg zwaar door de grote hoogte. Bij elk heuveltje wat we opmoeten raken we buiten adem en klopt het hartje als een bezetene.
Straks vertrekken we naar Puno, dit ligt aan de andere kant van het Titicacameer in Peru.

voor foto's klik hier

 

22 april
Sucre en aankomst La Paz

18 apil om 11.30 vetrok onze bus naar Sucre. We leken geluk te hebben want de bus zat niet helemaal vol. Dit was echter niet de bedoeling van de chauffeur, want lege plaatsen betekend dat er geld wordt misgelopen. Na 3 rondjes door Potosi gereden te hebben was de bus nog steeds niet vol en leek men de moed te hebben opgegeven. Na een half uurtje kwamen we opnieuw in een dorpje en er was markt. Dit deerde de chauffeur echter niet en met onze bus reden we dwars door een bomvolle plaatselijke markt. Ondertussen is de bus al weer een stukje voller. Sterker nog toen het einde van de markt inzicht was was de bus geheel gevuld met mensen en al hun koopwaar. Tegen 15.00 kwamen we aan in Sucre. het viel ons gelijk op dat de stad veel rijker is dan dat we tot nu toe hebben gezien in Bolivia. De stad is ook erg aangenaam om een paar dagen te vertoefen en is erg mooi gelegen in een dal midden in de bergen. Om nog even van de laatste zonnestralen te genieten zijn we aan het einde van de middag nog even op een bankje gaan zitten op de centrale plaza. Helaas kwamen we er toen achter dat de stad ook veel armoede kent. In een half uurtje tijd waren er ongeveer 10 straatkinderen en een paar bedelenede vrouwen gepasseerd.
Vervolgens zijn we op zoek gegaan naar het Joyride cafe. Dit is een cafe/ kroeg gerund door 3 Nederlanders en schijnbaar staan er ook kroketten en bitterballen op het menu. Het cafe was vlug gevonden en binnen no time zaten we achter een stuk appeltaart met koffie en een portie bitterballen met een Hoegaarden. En tja, we moeten eerlijk toegeven dat is echt genieten. We hebben moeilijk afscheid van het cafe kunnen nemen en hebben daar 3 dagen lang geluncht en gedineerd. We hebben nog nooit zoveel kroketten, Bossche bollen en appeltaart in drie dagen gegeten. Ook lagen er veel actuele Nederlandse tijdschriften, nog een reden om meer uurtjes in het cafe rond te brengen.
Omdat we het gevoel hadden dat we toch nog iets moesten ondernemen hebben we de "Dino trek" gedaan. Met een omgebouwde vrachtwagen (nu geschilderd in rood en geel met een grote dinosaurus) werden we net ergens buiten de stad gedropt. Hier wachtte een Engels sprekende gids ons op en legde uit dat in deze omgeving veel voetsporen zijn gevonden van dinosaurussen. Tot onze grote verbazing liepen deze sporen echter verticaal omhoog tegen een muur op. De reden hiervoor is de door een aardverschuiving de grond omhoog is geduwt en alles verticaal is komen te staan. Sommige sporen waren honderden meters lang.
Woensdag zijn we per vliegtuig naar La Paz vertrokken, en omdat er geen ruimte meer was in de economische klasse hebben we business class gevlogen. Helaas duurde de vlucht maar een uurtje, dus we hebben er niet écht van kunnen genieten.
Met een taxi zijn we naar ons hostal gegaan en de taxichauffeur vertelde dat de volgende dag er een grote staking zou zijn en dat al het openbaar vervoer plat lag. Bij het hostal bevestigden ze dit. En dat is vandaag. Het resultaat is dat we niets kunnen doen en een beetje in de buurt van het hotel aan het rondwandelen zijn. Al snel kwamen we langs een plein met honderden duiven. We konden het niet laten en hebben een zakje mais gekocht om de duiven te voeren. En zo, ze zijn hier niet bang. Zodra je het zakje open had werd je belaagd door duiven. Minimaal met z´n tienen zaten ze op je arm en dan nog een paar op je schouder en hoofd. Nu zijn de protesten echter begonnen en proberen we een beetje uit de buurt te blijven van de grote menigte. De stakingen zijn gelukkig redelijk vreedzaam, wel schrikken we telkens van het vuurwerk wat gepaard gaat met de protesten.

17 april
Zuidwesten van Bolivia, Uyuni en Potosi

Dinsdag 13 april was het dan zover, met de driedaagse tour naar Bolivia. Om 08.00 moesten we ons melden bij Colque tours en om 08.10 vertrokken we al richting de Boliviaanse grens. In tegenstelling tot onze verwachtingen waren we ruim een uur bezig om onze exit stempel te halen voor Chili en binnen 5 minuten hadden we onze stempel voor Bolivia. Na de grensovergang was het nog 20 minuten rijden naar Laguna Blanco. Hier kregen we een ontbijtje met coca thee en stonden de 4WD´s voor ons klaar. Tevens zagen we hier al de eerste flamingo´s! Hier moesten we ook de groepen van max 6 personen vormen. Wij vormden een groep met Ute en Armin (het Duitse stel die we al eerder ontmoet hadden), Maria (een Spaans meisje) en Raphaël (een jongen uit Zwitserland). Na het ontbijt vertrokken we richting Laguna Verde. Een turquise meer midden in de bergen. De kleur van het meer komt door de hoge concentratie van o.a lood, koper, sulfiet, calcium carbonaat en nog een paar zuren. Het meer vriest pas op bij min 20 graden en leven is onmogelijk. Tegen het middaguur kwamen we aan bij een hot spring. Hier konden wij een bad nemen, terwijl onze gids (Juan) onze lunch klaar maakte. Tijdens het eten beginnen we toch wel duidelijk het effect te merken van de grote hoogte. Alles kost erg veel energie en zelfs een hap brood eten raak je van buiten adem. Ook hebben we last van druk in het hoofdje. Na de lunch vertrekken we richting de geisers. Johan kreeg het nog voor elkaar om een paar foto´s te maken, maar Marielle kwam de auto niet eens uit. Geisers waren niet heel indrukwekkend. Vervolgens passeerden we de "Dahli desert". Deze dankt zijn naam aan Salvador Dahli. Hij heeft een schilderij geschilderd die je erg doet denken aan deze omgeving. Vlakbij de refugio waar we de eerste nacht gingen slapen daalden we een beetje naar 4200 meter naar Laguna Colorado. Een grotendeels rood meer met erg veel flamingo´s. De refugio was erg eenvoudig. Iniminie stapelbedjes en geen stromend water. Marielle was ondertussen geveild door de de hoogteziekte. De symptomen zijn vooral een vreselijke hoofdpijn, problemen met focussen, tintelende ledematen en erg kortademig. Johan had vooral last van hoofdpijn en was snel vermoeid. ´s Avonds kregen we coca soep om de symptomen een beetje te bestijden. Marielle kreeg nog een extra coca thee gemixed met een locaal medicijn. Hierdoor verdwenen de tintelende ledematen en de problemen met focussen.
De volgende dag voelden we ons allemaal een stukje beter. Alleen Marielle en Ute hadden nog last van hoofdpijn. Tegen 08.00 vetrokken we weer. Eerst passeerden we een omgeving met allemaal stenen. Als je daar doorheen rijdt is het net of het stenen geregend heeft midden in de woestijn. Vervolgens kwamen we bij een omgeving met veel grote rotsen. Eén van de rotsen had de vorm van een boom. Deze omgeving was zo surrealistisch en het is moeilijk te bevatten dat het op deze aarde was. Het had net zo goed een een filmset kunnen zijn van Starwars. Deze dag hebben we verder veel gereden en zijn we veel landschappen gepasseerd en nog een klein dorpje San Juan genaamd. Tegen 17.00 kwamen we aan bij het hotel voor de tweede nacht. Dit was een nieuw hotel, wat eigendom is van Colque tours. De bedden waren goed en we hadden een kamer voor ons zelf met badkamer! Gelukkig waren we ondertussen ook aardig gewend aan de hoogte en hebben we alleen nog wat last kortademigheid.
De derde dag zijn we de Salar de Uyuni opgeweest. Dit is een zoutvlakte van 12000 km2 (165 km x 175 km) en is erg indrukwekkend. Je ziet alleen maar wit, overal waar je kijkt. Heel in de verte zie je nog wat bergen. In het midden van de Salar is de harde laag tot 4 meter dik en is opgebouwd uit zout, maar ook uit calcium en nog meer mineralen. Onze gids vertelde dat veel mensen de zoutvlakte onderschatten. Vorig jaar september nog is een groep Duitsers om het leven gekomen, omdat ze zonder gids de Salar opgingen. Hun auto is in een zogenaamd "oog van de salar" gevallen. Dit zijn zwakke plekken in het zout, met daaronder water. Een soort wak eigelijk. Toen zijn ze gaan lopen naar een punt die ze zagen in de horizon, maar naar 2 dagen lopen hadden ze geen eten en water meer en hadden ze het punt nog steeds niet bereikt. Door uitdroging zijn ze om het leven gekomen. Het grappige was als Juan iets verteld draaide hij zich helemaal om en keek naar ons. Ondertussen reden we gewoon door met een gangetje van 70 km/u. Na een 40 minuten rijden kwamen we aan Isla de los Pescadores (Vis eiland). Dit is een "eilandje" midden op de Salar met veel cactussen. Vanaf de top van het eiland hadden we een fantastisch uitzicht over de Salar. De cactussen die we hebben gezien waren gigantisch groot. En als je na gaat dat de cactussen maar 1 cm per jaar groeien, kan je je voorstellen dat sommige eruuuug oud zijn. De grootste cactus die we gezien hebben was 12 meter hoog en 1200 jaar oud. De volgende stop was het zout hotel. Behalve het dak, is het hele hotel gemaakt van zout tot de bedden aan toe. Het hotel is onlangs gesloten voor overnachtingen, omdat de toiletten te veel voor vervuiling zorgden. En dit is natuurlijk niet echt fris, als je na gaat dat 90% van de zout die gewonnen wordt voor menselijke consumptie is. Tot slot passeerden we de plek waar de mensen aan het werk waren. Met een soort hark schrapen ze het zout van de grond en maken er bergjes van. Vervolgens wordt dit weer afgevoerd naar raffinaderijen. De Salar is van niemand en iedereen die er werkt, werkt voor zich zelf. Tegen 13.00 kwamen we aan in Uyuni, een klein dorpje aan de rand van de Salar. Hier hebben we afscheid genomen van onze gids en hebben we nog met de hele groep geluncht.
We hadden geluk, want donderdag is marktdag in Uyuni. Op het marktje (eigelijk in het hele dorpje) had je echt het "zuid amerika-gevoel" Alle kleuren en geuren die de reveu passeerden en de Boliviaanse vrouwen met hun specifieke klederdracht en bolhoedjes. Ute en Armin hadden nog een zaklamp nodig en bij een marktkraampje zagen we eentje die geschikt was. We hadden in de gids gelezen dat je in Bolivia moest afdingen, dus toen de verkoopster 5 Bolivianos (€0,50) zei, zeiden wij 4 Bolivianos. Ze was toen zo beledigd dat ze de zaklamp ook niet meer voor 5 wou verkopen. Volgende keer oppassen met afdingen dus. Gelukkig waren er nog veel meer kraampjes met de zelfde zaklamp.
Het is ons verder opgevallen dat de Bolivianen een stuk onvriendelijker zijn dan de Chilenen en Argentijnen. We hebben echt het idee dat we een indringer zijn in hun land. Zij hebben geen begrip voor het feit dat je breekt met je thuis, je familie, je werk en je geloof en dat je zoveel geld uitgeeft aan jezelf.
Vrijdag zijn we met de bus vertrokken naar onze volgende bestemming Potosi. Dit stadje ligt op ruim 4000 meter en is de hoogst gelegen stad ter wereld. Van te voren hadden we allemaal horror verhalen gehoord over deze 200 km/ 7 uur durende busreis. Te veel mensen en dieren in de bus, busschauffeurs die rijden als gekken etc. Gelukkig hadden wij een nieuwe bus, een rustige buschauffeur en het enige beest wat in de bus zat was een jong katje. De omgeving waar we door heenreden was erg mooi en werd steeds groener. Dit was wel een welkome afwisseling naar de woestijn in Atacama en de droge hoogvlakten. Tegen 17.00 kwamen we aan in Potosi. Dit stadje was eens de rijkste stad van zuid amerika, de reden hiervoor is de grote zilver-, tin- en loodwinning in de nabije mijnen. Helaas bleef dit niet onopgemerkt bij de Spanjaarden en hebben zij in 1545 de stad Potosi gesticht en hebben ze met de opbrengsten uit de mijnen o.a. steden als Cordoba en Sevilla in Zuidspanje gebouwd. De stad doet nog erg koloniaal aan, met veel kerken, monumenten en koloniale architectuur. We slapen hier in een erg leuk hostel in een voormalig nonnenklooster. Het is wel weer wennen aan de kou. Door de grote hoogte is het koud en door de armoede hebben ze hier nergens kachels. In Casa Real de la Moneda (het munt museum) hebben we nog meer geleerd van de geschiedenis van Potosi. 200 jaar lang hebben de Spanjaarden uit de lokale mijnen in Cerro Rico (De rijke berg) zilver gewonnen. Omdat er niet genoeg lokale bevolking aanwezig was om in de mijnen te werken haalden ze zelfs slaven uit Afrika. In totaal zijn er 8 miljoen slaven overleden in de mijnen. Het museum is gehuisvest in de oude fabriek waar het zilver omgezet werd in voornamelijk munten. Per dag wereden er 6000 zilveren munten geslagen en dit voor 200 jaar lang. Men zegt dat dit genoeg zilver is om een brug te bouwen van Bolivia naar Spanje. Morgen vertrekken we naar Sucre, ook wel het Athene van Zuid Amerika genoemd. Dit ligt een stuk lager op 2700 meter en daardoor ook weer een beetje warmer.

voor foto's klik hier